Bericht
door Leon » 11 mar 2026, 12:32
Hugo de Wijs Wereldreiziger op een Batavus bromfiets
Toen in de jaren vijftig de ontwikkeling van rijwiel met hulpmotor, of zoals u wilt de bromfiets, nog in volle gang was, deed menig bromfiets- fabrikant geen geringe moeite om de consument te overtuigen van de betrouwbaarheid van zijn product. Eén manier was het organiseren van monsterritten. Iemand die één van de meest gedurfde reizen heeft, ondernomen is de heer Hugo de Wijs, tegenwoordig woonachtig in Vianen.
Hij reed met een Batavus Bilonet, in 1956, van Utrecht naar Bagdad en weer terug (17.000 km), en maakte, in 1957, een rondreis door Amerika en een stukje Mexico (16.000 km). Anno 1998 zijn wij verheugd dat Hugo de Wijs nog steeds onder ons is. Minstens even leuk is het gegeven, dat ook de twee Batavus brommers waarmee deze reizen werden ondernomen nog steeds bestaan. Zij zijn nu in het bezit van bromfietsverzamelaar Paul Vranken uit Valkenburg aan de Geul.
1956 Hugo de Wijs voor de Hof van Gethsémane even buiten Jeruzalem. Op deze plaats bad Jezus zijn laatste gebeden voor de kruisiging.
Nadat Hugo de Wijs in 1954 de Middelbare Landbouwschool verliet, besloot hij eerst eens wat van de wereld te gaan zien. Nog in datzelfde jaar ondernam hij een reis door Noorwegen en Zweden per Gnome et Rhone motorfiets. Helaas moest hij zijn motorfiets vanwege een kapotte versnellingsbak in Scandinavië achterlaten.
Eenmaal terug in Nederland besloot hij een bromfiets te kopen, en wel een Batavus. Menigeen zou als eerste proefritje al tevreden zijn met een afstand van laten we zeggen Amsterdam Haarlem. Maar nee, Hugo besloot in amper één weekend op en neer te rijden van Utrecht naar Parijs. In april van het volgende jaar ondernam hij met zijn Batavus een rondrit door Europa. Tijdens deze rit van 10.000 km werden vele landen aangedaan zoals Joegoslavië, Italië en Engeland. Onderweg werkte hij op een boerderij in Oostenrijk om zijn geld te verdienen.
1956 Door de besneeuwde Dolomieten naar Joegoslavië
Vastgevroren sokken
Inmiddels had de Batavus fabriek in Heerenveen lucht gekregen van de toeristische uitspattingen van de heer De Wijs. Zij spraken met hem af om zijn gemaakte rit voor reclamedoeleinden te gebruiken. Ook deed de Batavusfabriek hem het voorstel om ter promotie van de 1956-modellen een monsterrit te organiseren. Hugo wilde zelf in eerste instantie met de brommer naar Tibet rijden, echter het budget dat Batavus ter beschikking stelde was "slechts" voldoende voor een reis naar Bagdad. Er werd namelijk f 1.950,- als totale vergoeding, incl. honorariumkosten, voor deze rit betaald. Aangezien de reis voor Batavus, zoals gezegd, was bedoeld als promotie voor de nieuwe 1956 modellen, moest Hugo zijn tocht voor het voorjaar afgerond hebben. Dit hield in dat hij midden in de beruchte, zeer koude winter van 1956, op 27 januari, vanuit Utrecht moest starten met zijn monsterrit. Het eerste gedeelte kon hij nog met de bromfiets over de Duitse Autobahn rijden. Maar vanaf het begin drukten sneeuw en ijzel het reisplezier. Bij de Oostenrijkse Alpen begonnen de problemen pas goed. Zware sneeuwval en een temperatuur die inmiddels gedaald was tot 25 graden onder nul, deden eerder denken aan een Trans Siberische tocht. Toestanden als in de: schoenen vastgevroren sokken en een als stijve plank bevroren regenpak, kenmerkten het prille begin van de rit. Nadat de Dolomieten waren bedwongen, ging de tocht in de richting van Ljubljiana.
Hugo hoopte nu op warmer weer, maar helaas, métershoge sneeuw bemoeilijkte zijn pad. Ook verder zuidwaarts richting Belgrado bleef de temperatuur dalen; inmiddels tot wel 35 graden onder nul!
1957 In Noord Griekenland bedekten water en ijsschotsen de doorgaande weg naar Istanbul.
1957 In géén velden of wegen een mens te bekennen
Waden door het ijswater
Ook in Zuid-Joegoslavië waren de wegen hopeloos dicht gesneeuwd. Auto' s stonden ingevroren langs de weg en Hugo moest zijn Batavus Bilonet urenlang voortslepen over bouwland, omdat de wegen niet meer te herkennen waren.
In Noord-Griekenland kreeg hij te maken met een spiegelglad wegdek wat ervoor zorgde dat Hugo meer naast de brommer lag dan er op zat. Er heerste watersnood (een zijarm van de Donau was buiten zijn oevers getreden), en de wegen waren deels onder water gelopen en ook nog eens bedekt met ijsschotsen. Hier liet de Batavus het (begrijpelijkerwijs) toch afweten: de bougie kwam onder water en het motorblok stopte. Hugo moest zijn tocht wadend door het ijswater voortzetten en hij kon zich niet herinneren het ooit zo koud te hebben gehad.
Uiteindelijk kwam hij toch zo zuidelijk in Turkije, dat de sneeuwen ijsellende echt voorbij waren. Buiten de grote wegen waren de hoofdwegen nog gewoon zandwegen. Kruiste een riviertje de weg, dan verdween deze gewoon in de ondiepe rivierbedding. Om de bromfiets droog te houden, moest Hugo hem menigmaal over de rivier drágen. In het donker liet hij het motorblok dan draaien, om zichzelf bij te lichten. Tijdens een nachtelijke rit sloeg het motorblok vast en was er geen beweging meer in te krijgen. Hugo is naar het eerstvolgende dorp gelopen met de zwaar bepakte bromfiets om daar te overnachten. De volgende dag heeft hij het motorblok open gemaakt en bleek dat een rolletje van de primaire rollenketting gebroken was en tussen twee tandwielen van de versnellingsbak klem zat. Hij heeft het stukje staal kunnen verwijderen en een nieuwe rollenketting gemonteerd. Waarna de tocht voortgezet kon worden. Uit deze en meer ervaringen van anderen blijkt dat de primaire rollenketting niet zo duurzaam is. ILO heeft een jaar later (1956) een zwaardere rollenketting en dikkere kettingwielen (van 3 mm naar 5 mm dikte) toegepast. Ook werd dat jaar de primaire tandriem overbrenging geïntroduceerd. Waarmee de klant de keuze had tussen een rollenketting of tandriem overbrenging.
1957 Banden verwisselen en cilinder ontkolen midden in de woestijn bij Irak, 900 Km verder is het eerste dorp
Watjes in de oren
Na Istanbul ging de tocht verder over de Turkse steppen. Bij het afdalen van de kale steppen vlakte kwam eindelijk de zonnige kust van de Middellandse Zee in zicht. Hoewel, langs de Zuid-Turkse grens bij Syrië moest eerst nog een hoge bergrug bedwongen worden. De weg werd soms versperd door naar beneden gerolde steenmassa's en kleine watervallei.
In de woestijnen van Syrië en Jordanië was het 's nachts flink koud. Hugo zocht meestal onderdak in de lemen hutten van de woestijnbewoners. Aan het begin van de zandvlakte was het landschap nog afwisselend, maar weldra vervolgde de piste zich door een eindeloze steenmassa. Ook was het spoor soms zó vlak en eentonig, dat Hugo kans zag -al rijdend- De zoutvlakte in Utah een pocketboek uit te lezen.
Om de verloren reistijd door de kou in Joegoslavië en Griekenland in te halen werden in Turkije en Syrië soms afstanden van 350 km per dag afgelegd. Eindelijk werd -na dágen rijden- het felbegeerde einddoel, Bagdad bereikt. Het aanzien van de stad viel de Wijs eigenlijk bar tegen. Al na één dag had Hugo het gezien en begon hij aan de terugtocht. Na Jordanië stond Jeruzalem op zijn programma. Nog even zwemmen in de Dode Zee, en dan in één ruk via Syrië naar Libanon. Het viel Hugo op dat, als de geluiddemper uit de uitlaat verwijderd was, de Batavus veel beter tegen de bergen optrok.
Dus demonteerde hij de demper en bond deze op de bagagedrager vast. Helaas! al snel bleek dat hij de demper verloren had. Dus vanaf nu werd de rit gekenmerkt door een toevoeging van vele decibellen. Watjes in de oren bleek de enige oplossing om niet doof te worden. Na Beiroet ging de reis langs de Middellandse Zeekust weer terug naar Turkije. Ook dit gedeelte van de terugweg tot aan Griekenland werd gekenmerkt door zeer slechte wegen. De verdere tocht naar huis door Europa verliep ondanks de dagelijkse kleine reparaties aan de bromfiets vrij vlot. Eindelijk werd na 90 dagen en 17.000 km te hebben afgelegd, Utrecht bereikt. Een groot ontvangstcomité, met een muziekkorps voorop, ging speciaal voor deze heldhaftige wereldreiziger in optocht door de stad.
1958 Voor het Capitool in Washington
Amerika tocht
Lang kon Hugo het echter niet uithouden in Nederland; nog in datzelfde jaar ondernam hij alweer -liftend- een reis door Zweden, Noorwegen en Finland. Als lichtmatroos ging hij per boot naar de Noordelijkste nederzetting ter wereld, Ny Alesund op Spitsbergen in het Noordpoolgebied. Hier zwierf hij veertien dagen lang rond. Voor 1957 stond er wederom een monsterrit met een Batavus bromfiets op het programma. Een rondreis door Amerika met het type Bilonet G 50 Sport. De bedoeling was om in Amerika Nederlandse emigranten te ontmoeten en te interviewen over het leven in de States.
Hugo schreef verscheidene verslagen voor dagbladen over hun leven in Amerika. Na de nodige voorbereidingen vertrok de Wijs op 27 december 1956 vanuit Rotterdam per boot naar New York waar hij na een zeer zware stormachtige overtocht, op 9 januari 1957 aan kwam. Vanuit New York reisde Hugo over goede asfaltwegen, via Washington naar New-Orleans en vervolgens door Texas en via de Mexicaanse woestijn over stoffige zandwegen naar Mexico-City.
Vanwege het geringe bedrag van Fl. 2500 dat de Batavusfabriek voor de heen reis betaalde (incl. de boot- overtocht) moest Hugo in een tentje naast de weg overnachten. Vanaf Mexico-City, alwaar hij de ruïnes van de Azteken bezocht, ging het noordwaarts, langs de kust van Californië om vervolgens vanuit San Francisco weer westwaarts te reizen. Dit gedeelte voerde hem over steppen, bergen en via de comfortabele wegen van de V.S. Hij bezocht nog even de Niagara watervallen in Canada, om tenslotte na 16.000 km. rijden weer in New-York terug te keren. Ook gedurende deze reis beleefde hij allerlei avonturen, zoals nachtelijke bejegeningen door prairiewolven en 's morgens ondergesneeuwd wakker worden. Ook deze tocht werd met succes volbracht, en op 26 maart 1957, keerde Hugo in Nederland terug. Wat hem van deze rit het meest is bijgebleven is de rugpijn vanwege de voorovergebogen zithouding op zijn zogeheten "sport" bromfiets.
1958 Bij de Niagara watervallen
1958 De zoutvlakte in Utah
1958 Indianen poseren als Azteken voor toeristen in Noord Mexico
Hugo de Wijs in 1999
Pech onderweg?
Natuurlijk vraagt u zich nu af of Hugo veel problemen met zijn bromfietsen heeft gehad. Buiten de onvermijdelijke reparaties, zoals lekke banden, kapotte bougies, hier en daar een gebroken spaak en wat probleempjes met de bedrading, vallen de echte pechgevallen behoorlijk mee. Wel moest hij ooit een scheur in een framebuis laten lassen. Tijdens zijn reis naar Bagdad is onderweg het kettinkje van de primaire overbrenging een keer gebroken. Dit betekende een tijdrovende reparatie. De Batavus waarmee Hugo door de V.S. heeft gereden had een Pianosnaar, deze leverde geen enkel probleem op. En dan te bedenken dat bij bromfietsverzamelaars ditzelfde snaartje niet zo'n goede reputatie heeft. Na de reizen met de bromfietsen heeft Hugo nog voor het maken van fotoreportages met een 175cc DKW motorfiets, in 1959, vanaf Nederland een reis rond de Middellandse Zee ondernomen, verder is hij, in 1961, met een Heinkel scooter naar Zuid-Marokko gegaan. Tenslotte reed hij, in 1969, samen met zijn vrouw in een Citroën 2CV naar de grens van Mauretanië.
Bewaard gebleven
De twee Batavus bromfietsen van Hugo de Wijs gingen na zijn monsterritten naar de fabriek terug en kregen een plaatsje in het Batavus museum. Ook andere afstandsrecords Batavus bromfietsen, zoals de Conforte van de heer Kroon (hij ging in 1962 met deze brommer naar Libië) vonden hier een plaatsje. Dit museum is een aantal jaren geleden helaas opgeheven. Het grootste gedeelte van de collectie werd verkocht naar Japan. Dit betrof gelukkig niet de record- bromfietsen. Via een oud-medewerker van de fabriek zijn een aantal van deze historisch belangrijke brommers bij de heer Vranken in Valkenburg terecht gekomen. Hieronder dus ook de twee exemplaren waarmee Hugo de Wijs een dikke 40 jaar geleden de halve wereld doorkruiste. Een fijne gedachte dat dit schitterende stuk bromfietshistorie bewaard gebleven is!
Hieronder het door Hugo de Wijs zelf geschreven reisverslag voor een dagblad in 1956: Utrecht-Bagdad-Utrecht 17.000 Km
In dit artikel geeft de landbouwkundige Hugo de Wijs in 't kort enkele impressies weer, die hij opdeed tijdens een barre rit per Batavus Bilonet naar Bagdad. Ook zijn foto's onthullen wel 't een en ander van de moeilijkheden die hij daarbij te overwinnen had. Toen ik uit het gezellige Luxor-theater komend, plotseling weer in het druilerige Hollandse winterweer stond, waren mijn gedachten nog geheel vervuld van de schitterende kleurenfilm over een sprookje uit de Duizend-en-één-nacht en overviel mij het onbedwingbare verlangen zelf te mogen dwalen door de zonnige straatjes van Bagdad en de romantiek te mogen beleven die de film mij had voorgetoverd. Zo ontstond het plan om naar Bagdad te reizen en daar ik slechts over weinig geld beschikte, was er maar één mogelijkheid om er te komen, n.l. op mijn bromfiets.
Mijn brommer is een Batavus Bilonet van het laatste type, met JLO motor, met twee versnellingen, verende vóór- en achtervork, het geheel gemonteerd in een zeer solide frame. Na een maand van voorbereiding, waarbij het verkrijgen van de vereiste papieren en visa de meeste tijd vergde, startte ik te Utrecht, op 27 januari. De start was niet bepaald aanmoedigend. Het weer was slecht en er viel een nare, natte sneeuw. Over het eerste traject van mijn reis door Duitsland, valt weinig te vertellen; alleen dat de koude snel toenam en de tegenwind aangroeide tot een storm. Toen ik de Oostenrijkse Alpen had bereikt, werd het weer bijzonder slecht. Met grote snelheid joeg de fijne jachtsneeuw over de bergen en drong door alle naden van mijn motorpak. De temperatuur was inmiddels gedaald tot 25° C. onder nul toen ik de tocht begon over de Alpentop Gr. Priel richting Klagenfurt en van daar over de Seebergsattel pas in de Dolomieten op een hoogte van 1216 m.
Vermoedelijk was ik de eerste bromfietser ter wereld die 's winters bij een dergelijke Siberische koude over de Alpen trok. Maar hoewel mijn sokken aan mijn schoenen waren vastgevroren en ik moeite had om niet flauw te vallen van de koude, trok de bromfiets mij zonder moeite tegen de steile bergen op. Ik was werkelijk aan het einde van mijn krachten toen ik de zuidelijke hellingen der Dolomieten begon af te dalen in de richting van Jubliana, hopende in een warmer land terecht te komen, maar helaas reed ik vast in de metershoge sneeuwen zag mij genoodzaakt een halve dag om te rijden door het gebergte om eindelijk, volkomen uitgeput, mijn doel te bereiken.
De reis ging daarna verder naar Belgrado en merkwaardig: hoe zuidelijker ik kwam, hoe kouder het werd en in Belgrado bleek het 35° te vriezen. In Zuid-Joegoslavië waren de wegen hopeloos dicht gesneeuwd De auto's stonden ingevroren langs de' wegen en ik heb mijn Batavus drie uur lang voortgesleept over het bouwland daar de weg niet meer te herkennen was. In Noord Griekenland kwamen nieuw we hindernissen; de wegen hadden daar een spiegelglad ijs dek en ik lag meer náást de brommer dan dat ik erop zat. De bromfiets heeft hier veel van het vallen te lijden gehad. Eindelijk bij Thessaloniki aangekomen, zag ik de Middellandse Zee, maar nooit heb ik geweten dat het zó zuidelijk nog ijzig koud kon zijn.
In Oost-Griekenland heerste watersnood en waren de wegen deels onder water en bedekt met ijsschotsen. Hier kreeg mijn voertuig het te kwaad. Immers, als de bougie onder het wateroppervlak kwam, stopte de motor en kon ik mijn tocht, wadende door het ijswater, voortzetten. Ik kan mij niet herinneren ooit zó nat en koud geweest te zijn. Eindelijk kwam ik dan toch zo zuidelijk, dat de zon de vorst overwon en het weer omsloeg. Maar dit veroorzaakte weer nieuwe moeilijkheden. De wegen veranderden in modderbanen. Het werd één glij- en valpartij. Die nacht beleefde ik één van mijn grootste avonturen. Ik sloot mij n.l. aan bij een konvooi van smokkelauto's welke op weg waren naar Istanbul. Nagezeten door de douane werkten de auto's zich in de donkere nacht door de sneeuw. Plotseling begon één der wagens op een helling te glijden en ramde beneden aangekomen één der andere voertuigen dat tegen de dam van een waterkering opvloog. De dam brak door en het water golfde over de weg. In anderhalve minuut tijd stonden we tot over 't middel in het water!
In het donker konden wij geen hand voor ogen meer zien. Bedreigd door de opdringende ijsschotsen, is het mij gelukt - meer strompelend dan lopend - met mijn bromfiets het droge te bereiken. Na Istanbul bezocht te hebben, ging de tocht over de Turkse steppen. Men ziet daar kudden schapen lopen, waarvan men niet begrijpt waar zij van bestaan, want er groeit geen plukje gras. De bewoners daar leven zeer primitief, maar zijn zeer gastvrij. Bij het afdalen van de kale steppenvlakte, lag plotseling als een droom de zonnige kust van de Middellandse Zee voor mij en besefte ik dat ik eindelijk het zo fel begeerde warme klimaat had bereikt, maar tussen Turkije en de Syrische woestijn, leidde nogmaals de weg door een koud Alpenlandschap dat gevolgd werd door een uitgestrekt massief van rotsblokken. De tocht door de woestijnen en vruchtbare vlakten van Syrië was zeer afwisselend maar de nachten waren er bitter koud. Ik moest onderdak zoeken in de lemen nederzettingen der woestijnbewoners. De tocht door Syrië verliep rustig en na Damascus bezocht te hebben, begon ik aan het duizend kilometer lange parcours door de Syrische woestijn. In het begin blijkt deze met fris groen en bloemen bedekt, maar weldra voerde de weg door een onvoorstelbaar eindeloze bruine steenmassa. Gelukkig had ik gezorgd voor voldoende watervoorraad om de dorst te bestrijden. Om de 300 km is er een vuile lemen hut die als café, restaurant en hotel diens doet.
Een armelijke Arabier was tegelijk kastelein en kok en kookte op een primus de wonderlijkste, maar smakelijke gerechten. Elk begrip van hygiëne is volkomen vreemd en de bacteriën zijn er blijkbaar nog niet ontdekt. Een vat benzine doet er dienst als tankstation. De weg was zo eindeloos lang en eentonig, dat ik tijdens de rit kans heb gezien een heel boek al rijdende uit te lezen! Eindelijk werden de wegen uitermate slecht en was het, dank zij de goede vering der Batavus, mogelijk om náást de weg te gaan rijden in plaats van er op. Toen ik de rivier de Tigris naderde, werd het landschap weer vruchtbaarder. Plotseling, bij 't passeren van een groot vliegveld, besefte ik dat ik het einddoel van mijn reis naderde. En ziet - daar in de stralende zonneschijn lag Bagdad, een uitgestrekte moderne stad met grote gebouwen en moskeeën, met boulevards waar een druk taxiverkeer overheen holt. Van alle romantiek, waarvan ik gedroomd had, was niets terug te vinden. De oude volkswijken bestonden uit bouwsels van lemen hutten en open rioleringen. Vreemdelingen mogen daar niet komen, vanwege het gevaar van beroving.
Dit Bagdad was wel de grootste teleurstelling van mijn reis, en daar ik in deze stad verder niets belangrijks kon vinden, ben ik al gauw de terugtocht begonnen en reed via Amman naar Jeruzalem. In Amman trof ik het slecht. Men hield daar betogingen tegen de. Engelsen gericht. Plotseling stond ik te midden van de oproermakers die mij voor een Engelsman aanzagen, met het gevolg dat het gepeupel mij te pakken kreeg en mij bont en blauw sloeg. Half versuft en kreupel heb ik mij op de Batavus uit de voeten kunnen maken. Vervolgens ging de reis naar Jeras. Onderweg passeerde ik de Dode Zee en kon het niet laten om er in te gaan zwemmen, hetgeen al een zeer bijzondere sensatie is. Het zoutgehalte van het water is n.l. 52% met het gevolg, dat je erin blijft drijven!
Verder gaand presteerde ik 't om zonder stoppen in één ruk van Jeras via Syrië naar Beiroet in de Libanon te rijden. Van het moderne Beiroet ging de reis via de Middellandse Zeekust en Syrië terug naar Turkije. Daar nam ik een binnenweg langs de zuidkust. Dit was de slechtste route die ik ooit ben tegengekomen. Slechts aan de goede kwaliteit van frame, banden en vering van mijn nieuwe bromfiets is 't te danken, dat ik dit traject, hetwelk slechts bestond uit rollend los gesteente, zand en. watergeulen, heelhuids heb kunnen afleggen. Tot drie maal toe moest ik de bromfiets op mijn nek nemen om een bruisende rivier over te steken, terwijl ik de motor diende te laten draaien om licht te krijgen teneinde in het donker de weg te kunnen vinden. De toestand was op een moment wel zeer hachelijk, toen ik mijn evenwicht verloor en de stroom de bromfiets meesleurde in de richting van de riviermond. Zeer tot mijn verbazing liep hij direct weer nadat ik de cilinder en de bougie watervrij gemaakt had. Op weg naar Griekenland waren vele wegen versperd, omdat zojuist een aardbeving de rotswanden langs de wegen had laten instorten. Dan vorderde ik soms maar 20 km per dag Toen ik te Athene aankwam, en op de Akropolis stond, gingen onwillekeurig mijn gedachten uit naar de oude Griekse beschaving en het destijds snelste vervoermiddel, nl. de met paarden bespannen tweewielige zegekar, die het nu finaal zou moeten afleggen tegen mijn moderne geperfectioneerde bromfiets.
De verdere tocht naar huis door Europa, verliep ondanks veel koude, mist en regen, normaal. Na in 90 dagen 17.000 km te hebben afgelegd bereikte ik in goede welstand de oude vertrouwde stad Utrecht. De navolgende landen werden op deze reis door mij op de Batavus Bilonet bezocht: Duitsland, Oostenrijk, Joegoslavië, Griekenland, Turkije, Syrië, Jordanië, Irak, Libanon, Italië, Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, België.
De foto's hebben betrekking op zijn Europareis, in 1955. Dus niet op de Bagdad reis in 1956.
Ik heb wel heel veel foto's over de Bagdad reis en de Amerika reis, in 1957, maar die zie je hier niet.
-
Bijlagen
-

-

-

-

-

Laatst gewijzigd door
Leon op 11 mar 2026, 18:02, 2 keer totaal gewijzigd.
- Deze gebruikers waarderen Leon voor dit bericht (totaal 3):
- wietze (11 mar 2026, 14:23) • Ötzi (11 mar 2026, 17:53) • waldbrommer (12 mar 2026, 19:37)