Locomotief archief / historie

Plaats reactie
Gebruikersavatar
45069
Bromfiets professor
Bromfiets professor
Berichten: 415
Lid geworden op: 14 sep 2010, 20:19

Locomotief archief / historie

Bericht door 45069 » 03 jun 2013, 22:23

Is er iemand die weet, of er mogelijk nog ergens informatie te vinden is over Locomotief ?
Is er nog ergens een archief ?
Ik probeer de historie te achterhalen van mij Locomotief Hifi 12.
Gebruikersavatar
Cyrus
Moderator
Moderator
Berichten: 1720
Lid geworden op: 21 nov 2007, 23:01
extra info: Ik sponsor oudebrommers.nl
Locatie: Belgium

Re: Locomotief archief / historie

Bericht door Cyrus » 03 jun 2013, 22:26

Deze heb je waarschijnlijk al gevonden: http://85.92.140.110/~oudebrfold/folder ... Locomotief" onclick="window.open(this.href);return false;
Groeten,
Bart.
Gebruikersavatar
45069
Bromfiets professor
Bromfiets professor
Berichten: 415
Lid geworden op: 14 sep 2010, 20:19

Re: Locomotief archief / historie

Bericht door 45069 » 04 jun 2013, 06:42

Ja die had ik inderdaad al gevonden.
Maar verder is er maar echt weinig van te vinden volgens mij, vandaar mijn vraag hier op het forum.
Mogelijk leest iemand het die weet of er nog oude archieven zijn met informatie over de bromfietsen van de jaren 1958-1962 ?

Of misschien een oud werknemer die meer weet ?

Locomotief heeft naar mijn weten 2 modellen uitgebracht met een Pluvier M23 motor, de Hifi 11 en de Hifi 12.
Leon
Bromfiets kenner
Bromfiets kenner
Berichten: 226
Lid geworden op: 19 nov 2010, 13:42
extra info: Ik sponsor oudebrommers.nl

Re: Locomotief archief / historie

Bericht door Leon » 28 sep 2019, 17:31

In november 1951, kwam een fusie tot stand (eigenlijk een overname door Simplex) tussen Simplex en de Locomotief rijwielfabriek. Locomotief bleef als zelfstandig bedrijf functioneren en werd opnieuw geregistreerd, als NV Locomotief rijwielfabriek. De voormalige eigenaar directeur, J.H. Slisser (Slesker) bleef aan als bedrijfsleider.
Locomotief is het merk van de gebroeders Jan, Theo en Bertus Slesker uit Amsterdam. Jan en Theo deden de winkel, Bertus deed de techniek en bouwde de frames. De winkel zat op de Dam. Fietsen bouwen gebeurde in diverse panden in de buurt. In 1945, werd de winkel overgenomen door Jan jr. en ging men zich ook meer toeleggen op het fabriceren van racefietsen en maatframes. Piet van Ierlant ging zich bezig houden met de Locomotief wielrenploeg. De Locomotief wielerploeg was een begrip in de jaren vijftig.
De Nederlands kampioenen van 1951, 1952 (Hans Dekkers, Locomotief-Wego), 1955 (Thijs Roks, Locomotief-Vredestein), 1956, 1957 (Wim van Est, Locomotief-Vredestein) en 1959 (Piet Damen, Locomotief Vredestein) reden voor Locomotief. De rijwielfabriek Locomotief ging begin jaren zestig samen met Simplex op in de VNR, Verenigde Nederlandse Rijwielenfabrieken. Iets later kwam daar Juncker bij en veranderde dit in de JLS-combinatie (Juncker-Locomotief-Simplex). In 1968, werd VNR ingelijfd door Gazelle. Gazelle wilde zich ook gaan begeven op de racefietsenmarkt en kon de expertise en het vakmanschap van Bertus Slesker daarbij goed bij gebruiken. In de Gazelle Champion Mondial frames kun je de hand van de meester nog duidelijk terugzien. Vergelijk maar eens een Locomotief met een Champion Mondial en let met name op de over de bovenbuis gebogen achtervork uiteinden. De broers Jan, Theo en Bertus Slesker uit Amsterdam deden in fietsen. “Ome Jan” was samen met Theo de stuwende kracht in het geheel, Joop dreef de winkel en Bertus was de framebouwer. De “fabriek” was gevestigd in allerlei pandjes in de binnenstad, o.a. in de 3e Nieuwstraat, de 2e Helmerstraat en de Huidenstraat en de trots van de Sleskers, de winkel, lag pal naast de Bijenkorf aan de Dam. Reeds lang voor de oorlog droegen de fietsen een plaatje met het opschrift: TH. SLESKER AMSTERDAM met als logo een Locomotiefje. Dat zou ontleend zijn aan één van de bijnamen van Jaap Eden; de Nederlandse Locomotief. De naam Slesker is trouwens het resultaat van een naamsverandering, voordien was die Slisser geweest, en dat zou op zijn beurt afkomstig zijn van Schlösser of Schlosser, slotenmaker dus. Hebben de Sleskers/Slissers/Schlössers ook al voor Jaap Eden fietsen gemaakt? De gedachte dringt zich in elk geval op: voor de Eerste Wereldoorlog was er in Amsterdam een toonaangevende racefiets te krijgen van het merk, SLOUQUI, die als later Locomotief, over verschillende pandjes door de stad versnipperd zijn werkplaatsen en magazijnen had, en één van die adressen op zijn minst in dezelfde straat. Maar niemand kan hier nu nog zekerheid over verschaffen. De Sleskers, en in het bijzonder Bertus, verstonden de kunst van het aanmeten en bouwen van frames voor de racerij. Toen dan ook in 1945 de zaak onder leiding kwam van de zoon Ome Jan, ook Jan geheten, en officieel met aandelen en dergelijke Rijwielfabriek DE LOCOMOTIEF ging heten, lag het voor de hand dat naast de fabricage van burgerrijwielen ook zeker de racefiets aandacht zou krijgen. En dat gebeurde ook, er kwam een bescheiden renstal onder leiding van Piet van Ierlant. En in 1951, kon Locomotief het zich permitteren de Nederlandse Tourploeg (onder leiding van Pellenaars/Van Ierlant) met materiaal te steunen. Overigens reden maar enkele renners op een Locomotief racefiets, menig renner van de nationale Tourploeg had nu eenmaal al een contract met een ander merk. Zo reden er in de Nederlandse équipe naast Locomotieven ook fietsen van: Peugeot, Garin, Wevo en Eroba mee. Opvallend is, dat het woord Locomotief voor de Franse wedstrijden steeds als LOCOMOTIEV gespeld wordt, dat leek kennelijk nog meer op het Franse “Locomotive”. In latere jaren reden o.a. : Piet Rentmeester, Wim van Est, Peter Post, Gerben Karstens en Jan Janssen (in zijn eerste prof jaar) in het Locomotief-tricot.
Locomotief deed het goed en kreeg behoorlijke bekendheid bij het publiek.

Ondanks een ambitieus dealernet door het hele land en omzetten van ca. 20.000 fietsen per jaar bleek “De Locomotief” met zijn verspreid liggende “fabrieken” financieel op den duur niet solide. De fietsen waren dat trouwens wel, de naam geniet nog altijd na van zijn onverwoestbare reputatie. Locomotief had al eerder toenadering gezocht tot een andere, veel grotere Amsterdamse fietsenfabriek, Simplex ( lange tijd de grootste van Nederland) en zo kwam men tot de oprichting van de VNR, Verenigde Nederlandse Rijwielenfabrieken. Later kwam daar Juncker bij. Met deze fabriek uit Apeldoorn erbij, sprak men van de JLS-combinatie en omstreeks 1964 werd de hele VNR ingelijfd door Gazelle, die nu (1984) nog altijd Juncker, Locomotief en Simplex fietsen maakt. Locomotief begon met de productie van bromfietsen, aangedreven door een HMW motorblok. De bromfiets (rijwiel met hulpmotor) was een nieuwe klasse, die in 1948 was vastgesteld door de Europese overheden, om de MBA klasse (onder de zestig) op te volgen. Solex was de eerste bromfiets, in 1948, al snel gevolgd door Motobécane, in 1949. En nu de wetgeving was vastgesteld, volgden honderden rijwielfabrieken en motorfietsfabrieken met de productie van bromfietsen. Simplex begon in 1951 met de licentieproductie van de Berini M13 (Het Eitje). In 1952, werd een nieuwe fabriek aan de Pilotenstraat, nr. 35 betrokken op het industrieterrein achter het Luchtvaartlaboratorium. Uit de nieuwe fabriek rolden, zij aan zij, zowel Simplex bromfietsen als Locomotief bromfietsen. In 1954, werden de modellen gezamenlijk ontwikkeld (alleen de typenummers en kleuren verschilden) en werden uitsluitend Sachs motorblokken ingebouwd. De importeur van Sachs, William Koch, zat vlakbij, ook in Amsterdam. Dus was het heel makkelijk en goedkoop om Sachs motorblokken te gebruiken.



1950 Simplex fiets met Rex 38cc hulpmotor boven voorwiel




In 1955, werd de een miljoenste Simplex fiets afgeleverd, daarna ging het bergafwaarts met het bedrijf. De Simplex/Locomotief bromfietsen hadden een zwanenhals frame of een Italiaans plaatwerkframe (in Italië waren honderden framefabrieken, die plaatwerkframes leverden aan derden). Gedurende de jaren vijftig en zestig, veranderde weinig aan de modellen. Er werd een beetje gespeeld met spatbord vormen en benzinetank vormen. En in 1957/1958 was er enige onrust door het verbod op buddyseats, voor bromfietsen. In die periode werd menig keer de vorm van het zadel/duozadel aangepast. Over het algemeen waren het spuuglelijke bromfietsen, die in kleine aantallen verkocht werden.




1952 Simplex-Locomotief fabriek Pilotenstraat, opening


1953 Simplex handelaar in Eindhoven


De meest aantrekkelijke bromfietsen waren de: Simplex, S12, S14, S15, S16, Flamingo, Condor, Hawk, Kieviet, Valk en Ibis.
Deze modellen werden ook geleverd als: Locomotief, HIFI 12, HIFI 14, HIFI 16, Gondola, Estrada, Fury, Modesta, Sportiva en Unica.


1956 Locomotief B2
Dit was de voor die dagen zeer modern ogende bromfiets met voor en achtervering en geheel gesloten kettingkast. De brommer had een geperst stalen frame, dat ingekocht werd in Italië. Aanvankelijk verkocht de brommer uitstekend, totdat al vrij snel een euvel aan het licht kwam: de frames scheurden. ... Na een tijdje gebruik, kwamen er eerst scheuren bij de motorophanging tussen cilinderkop en frame, als dit verholpen was met vakkundig laswerk, ging het frame soms net achter deze ophanging opnieuw scheuren.


1956 Locomotief B2




Simplex / Locomotief wilde zelf garant staan voor optimale service en voerden de herstelwerkzaamheden uit. Maar een echte oplossing was er niet. De brommer kreeg een slechte naam en de verkoopaantallen liepen terug.



1957 Simplex model 423 (met Italiaans frame)







1960 Simplex model 423 (met Italiaans frame)


1960 Simplex Hawk

1961 Locomotief HIFI 15


1961 Simplex S15

1962 Locomotief Gondola


De Simplex Valk en zijn broertje de Locomotief Sportiva, waren een kopie van de Batavus Whippet. Dit model met omhoog gebogen uitlaten werd al naar hartenlust gekopieerd door: Magneet, Union en Gazelle. Dus niemand zat te wachten op nog meer kopieën. Het was natuurlijk leuk geprobeerd van Simplex/Locomotief om een graantje mee te pikken van de Whippet populariteit, maar veel resultaat heeft het niet opgeleverd.
In 1965, volgde opnieuw een fusie, nu met de Juncker fabriek, in Apeldoorn, die de productie overnam. In Amsterdam bleef alleen een verkoopkantoor van Simplex over. Junckers was echter ook een noodlijdend bedrijf, waarna in 1967, een fusie volgde van Simplex, Locomotief en Juncker tot de, “Verenigde Nederlandse Rijwielfabrieken” (VNR). Op zijn beurt werd de VNR, in 1968, overgenomen door Gazelle te Dieren. De merknaam Simplex werd, in 2000, verkocht aan een Duits groothandelsbedrijf. Een groep van circa 150 rijwielhandelaren in de Benelux verwierf, in 2000, de rechten op de naam Simplex.
Dirk-Leendert Schakel (later de oprichter van Sparta). wilde zelf niet het smids vak in maar ging als vertegenwoordiger voor Juncker (1898-1968) in de fietsenhandel werken, in 1910.




1929 Juncker fietsenfabrieken, in Apeldoorn (1898-1968)



Juncker rijwielen Amersfoort
Juncker rijwielen werd opgericht in 1898, in Amersfoort. Vanaf 1935, was de Juncker rijwielfabriek gevestigd, in het hoekje, waar de inmiddels verdwenen spoorlijn naar Zwolle aftakte van de lijn Apeldoorn-Amersfoort.

Juncker stond al snel bekend als 'de tweede fietsfabriek van Apeldoorn', naast de Sparta-fabriek die hier een steenworp vandaan lag. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog stonden fietsen van Juncker bekend als kwaliteitsproducten. Ze waren netjes afgewerkt en hadden slimme oplossingen voor de geleiding van de kabels tussen de dynamo en de voor en achterlichten. Het merk Juncker werd, in 1968, door Gazelle overgenomen.



1961 Junckers Quickstaart (ontwerp van Magneet)




Hoeveel automobielen Simplex in totaal heeft gebouwd is niet bekend. Schattingen lopen uiteen van 200 tot 250 stuks. Voor zover bekend is geen enkele Simplex auto bewaard gebleven.


1887: oprichting in Utrecht aan de Station dwarsstraat als "Simplex Automatic Machine Company" door de Engelsman Charles Bingham, medeoprichter en eerste voorzitter van de ANWB in 1883.
1890: Simplex stapt van de productie van automaten over op complete fietsen. Het bedrijf is inmiddels aan de Leidsche weg gevestigd.
1892: Simplex verhuist naar de Amsterdamsche straatweg; het personeelsbestand stijgt van 12 medewerkers naar 60 medewerkers.
1893: Piet Leeuwenberg uit Delft, een van de initiatiefnemers bij de oprichting van de RAI in 1893, komt naast Bingham in de directie en neemt het bedrijf enkele jaren later helemaal over. De familie Leeuwenberg zal, tot 1959, in de directie vertegenwoordigd blijven.
1896: Simplex verhuist naar de Overtoom in Amsterdam. Hier werken in dat jaar al 100 vaste werknemers, de jaarproductie ligt al gauw bij 5000 stuks. Later worden naast fietsen ook motoren, auto´s en railwagens gefabriceerd. De fiets blijft echter het belangrijkste product. Simplex is een van de grootste rijwielfabrieken van Nederland en zou deze status lang behouden.
1899: Het bedrijf krijgt de naam NV Simplex Machine-, Rijwiel- en Automobielfabrieken.
1908: De Simplex-brancard, een driewieler voor ziekenvervoer, is het eerste niet rechtstreeks van een conventionele fiets afgeleide "fietsmodel" voor vrachtvervoer.
1909: Simplex ontwikkelt het Cycloïde lager (niet afstelbare lagers in wielen en trapas met minder wrijving), 55-jaar lang een kenmerk van de betere Simplex fietsen.
1927: Simplex breidt het assortiment uit met fietsen waarbij in plaats van de gebruikelijke velgrem, zelf ontwikkelde trommelremmen zijn gemonteerd. Deze trommelremmen zijn tot eind jaren zestig op veel Simplex fietsen te zien.
1936: Na een aantal moeilijke jaren wordt het fabriekscomplex gemoderniseerd en voor een capaciteit van 35.000 stuks geschikt gemaakt.
1939: Simplex introduceert een aluminium fiets met een gewicht van 12¼ kilo.
1943 - 1945: De productie is door de oorlog gedwongen stopgezet.
1952: Simplex gaat een fusie met Locomotief aan. Deze combinatie is succesvol en is rond 1960, met 55.000 fietsen per jaar goed voor 10% van de Nederlandse fietsproductie.
1953: Simplex verhuist naar een grotere fabriek met een capaciteit van 70.000 stuks in de Pilotenstraat in Amsterdam. De productie van Locomotief wordt, in 1954, geheel naar de Pilotenstraat overgebracht.
1955: Simplex produceert haar één miljoenste fiets.
1965: De jaren zestig, zijn voor de hele fietsenbranche een moeilijke periode. In 1965, wordt de productie van Simplex/Locomotief, aan Juncker in Apeldoorn uitbesteed. In Amsterdam blijft alleen een verkoopkantoor over.
1967: Simplex, Locomotief en Juncker worden samengevat in de Verenigde Nederlandse Rijwielfabrieken (VNR JLS).
1968: Ook deze reddingspoging blijkt vergeefs. In 1968, neemt Gazelle de zaak over. De fabriek in Apeldoorn wordt omstreeks 1971 gesloten en de drie beroemde merknamen zijn nog alleen maar B-merken van Gazelle.
2000: Gazelle verkoopt de merknaam Simplex aan de Duitse tweewieler inkoopcombinatie ZEG die ook in Nederland actief is.


Simplex en Burgers waren rond de eeuwwisseling de grootste Nederlandse rijwielfabrieken. Al in 1891, ontving Simplex een exportorder van 100 fietsen uit Amerika, rond de eeuwwisseling exporteerde men naar Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. In het begin van deze eeuw was Simplex naast Fongers en Burgers leverancier aan het Nederlandse leger. De meeste onderdelen werden zelf gefabriceerd. Een van de speciale Simplex constructies is de, vanaf 1953, verkochte zweeffiets. Hierbij is het zadel via een bladveer opgehangen en veert ook de voorvork. Dit model was echter geen groot succes en werd maar korte tijd gemaakt. Een andere typische Simplex constructie is het stuur met binnenin lopende remstangen, dat tot begin jaren dertig werd gemaakt.

De fietsproductie van Simplex is moeilijk te schatten. Er rijden nog heel veel oude Simplex fietsen van voor de fusie met Locomotief rond, met name, rond 1950, toen Simplex, ontzettend goed verkocht. Opvallend veel van deze fietsen zijn zwarte, zware oma fietsen met Simplex trommelremmen en remstangen.


Vast staat dat Simplex, in november 1955, haar één miljoenste fiets maakte, twee jaar na Gazelle. Het is vermoedelijk dat Simplex, gezien de vroege start van dit bedrijf en de nu nog rondrijdende fietsen, met haar totale productie de tweede plaats onder de Nederlandse rijwielfabrieken inneemt.
Simplex is berucht vanwege zijn onbegrijpelijke framenummers. Er is vanaf ongeveer 1930, een serie met 6 cijfers gebruikt waarbinnen oplopend is genummerd. Daar naast zijn er vóór 1953, nog minimaal drie andere nummerseries (één met een letter voor de cijfers en twee of meer series met meestal 5 cijfers achter elkaar) die deels ook al voor de oorlog zijn gebruikt.
In 1953, fuseerde het bedrijf met de Rijwielfabriek "Locomotief", eveneens in Amsterdam gevestigd. Dit bedrijf was gespecialiseerd in race- en sportfietsen. Het pand aan de Overtoom 263-271 was voor de twee gefuseerde bedrijven te klein. Aan de Pilotenweg te Amsterdam werd een nieuwe fabriek gebouwd. Het systeem van Locomotief (6 cijfers, niet oplopend) werd overgenomen. Bij de sluiting van de Simplex fabriek, in 1965, werden de gegevens betreffende de framenummers vernietigd. Het complex werd in 1965 verkocht toen, "Simplex-Locomotief" een nieuwe partner vond in de N.V. Rijwielfabriek "Juncker" (opgericht 1912 in Apeldoorn). Er kwam één grote fusie onder de naam, "Verenigde Nederlandse Rijwielfabriek JLS". De productie werd vanaf dat moment geconcentreerd in Apeldoorn.
In 1968, kwam het geheel onder de vleugels van "Gazelle" Rijwielfabriek BV”, in Dieren.
Een groep van ca. 150 vooraanstaande rijwielhandelaren, in de Benelux, heeft in het jaar 2000 de rechten verworven op de naam, Simplex.
Plaats reactie

Terug naar “Locomotief - Simplex”